De anderen zijn gewoon te lui

Vandaag is het Dag van de Duitse taal, een dag die de Duitse ambassade, de Nederlands-Duitse Handelskamer en het Duitsland Instituut in Amsterdam drie jaar geleden in het leven hebben geroepen om de tanende belangstelling voor Duits in het onderwijs in Nederland een halt toe te roepen.

Voor ons was de campagnedag dit jaar een haak om vandaag een verhaal te brengen dat wij al langer wilden schrijven nadat roc’s in Oost-Nederland vorig jaar waarschuwden dat er weinig van het Duits dreigt over te blijven in het middelbaar beroepsonderwijs.

2014-04-09 13.43.59

Rentzsch overlegt met FD-vormgeefster Anne.

Het artikel over de toekomst van het Duits in het Nederlands onderwijs heeft een tegenhanger op dezelfde pagina waarin collega Felix Rentzsch de opmars van het Nederlands op scholen en universiteiten in Duitsland beschrijft. Rentzsch is in 1986 in het Oost-Duitse Freiberg in het Ertsgebergte geboren en kwam met zijn ouders een paar maanden voor de val van de Muur in 1989 naar Düsseldorf. Hij is freelance journalist in Bochum, maar werkt twee maanden op de redactie van het FD in het kader van een uitwisseling van journalisten die het ministerie van Buitenlandse Zaken en het Auswärtiges Amt begonnen na de moraliserende ‘Ik ben woedend’-actie in 1993.

In het FD schrijft Felix vandaag over de motivatie van zijn landgenoten om Nederlands te leren. Hij citeert onderwijsdeskundigen, maar had eigenlijk ook over zichzelf kunnen schrijven, want ook hij spreekt intussen goed Nederlands. Felix legt hieronder uit wat hem ertoe bracht om zo nadrukkelijk naar het westen te kijken (niet alleen Nederland, maar ook Vlaanderen).

De anderen zijn gewoon te lui

Vandaag wordt in Den Haag de dag van de Duitse taal gevierd. Omgekeerd is er in Duitsland geen ‘Tag der niederländischen Sprache’ en de kans dat er ooit een komt, is uiterst gering. Ik vind dat jammer, maar het is niet verrassend. Hoewel het Nederlands steeds geliefder wordt, is het vak vergeleken met andere talen onbelangrijk. De meeste jonge Duitsers kiezen voor Spaans of Frans.

Het Nederlands is voor veel Duitsers daarmee een exotische taal. In het bedrijfsleven is echter wel veel vraag naar Duitsers die Nederlands spreken. Daarom staat ook in de kop van mijn artikel vandaag: ‘Nederlands geldt als pluspunt in het cv.’

Mijn eigen keuze voor het Nederlands wordt in Duitsland vaak met grote ogen bekeken. ‘Waarom in hemelsnaam Nederlands?’, ‘Waar kun je dat gebruiken?’ en ‘Dat klinkt wel grappig’ hoor ik vaak. Maar velen zijn ook jaloers op mijn Nederlands.  Door de nabijheid reizen veel vrienden graag naar Scheveningen, Zandvoort of naar het IJsselmeer. En net als Nederlanders overschatten ook Duitsers hun eigen taalvaardigheid en die van de ander. ‘Iedereen spreekt er toch Duits’, wordt vaak gezegd.

Weliswaar lijken veel woorden op elkaar en inderdaad is het niet moeilijk om een ‘kleine Cola und eine Bratwurst’ in de andere taal te bestellen. Maar als het om zakelijke dingen gaat, wordt het ingewikkelder. Ik merk dat nog elke dag en ben dankbaar dat de collega’s van het FD mijn taalfouten negeren.

Ik ben met Nederlands begonnen in 2008, toen ik in Bochum politieke en economische wetenschappen ging studeren.  Een jaar later volgde ik een Erasmus-programma in Antwerpen en in 2013 was ik in het kader van een journalistenuitwisseling in Suriname. Niemand dwong me, ik wist dat ik deze taal wilde spreken. Wat was mijn persoonlijke motivatie?

Ik ben opgegroeid in Noordrijn-Westfalen, of nauwkeuriger in Düsseldorf. In geen andere Duitse stad zijn zo vele Nederlandse bedrijven gevestigd en jaarlijks stromen honderden bussen met Nederlanders naar onze kerstmarkten. Andersom is een dagje uit naar Venlo of Maastricht zeer populair. De dagbladen waarvoor ik in Duitsland werk, hebben zelfs een maandelijkse ‘Niederlande-Seite’. Af en toe ben ik ook in het grensgebied voor een artikel. Eerder deze week maakte ik voor de WAZ en de Neue Ruhr Zeitung een reportage over Geert Wilders en de Marokkanen. Ik heb ook op de een of andere manier altijd een speciale band met Nederland en de Nederlandse taal gehad. Ik houd van de openheid van de Nederlanders, van de architectuur, van bitterballen en de watersportmogelijkheden.

Bij de taalkeuze speelde de geografische nabijheid een grote rol. Het is verleidelijk om Italiaans of Fins te leren, maar wanneer zou ik zo’n taal kunnen gebruiken? Als ik een taal leer, wil ik die ook kunnen spreken.

Dit brengt mij terug naar het ‘pluspunt op je cv’. Net als vele andere studenten – Duitse of Nederlandse – was ik mij ervan bewust dat je met een extra taal veel meer kansen op de arbeidsmarkt hebt. De journalistenuitwisseling is daarvoor misschien het beste bewijs.

Wie Nederlands spreekt wordt op Duitse redacties snel als een expert beschouwd. In andere werkomgevingen is dat ook zo. Tegelijkertijd weet iedereen dat de handelsbetrekkingen zo belangrijk zijn. Maar de meeste zijn waarschijnlijk gewoon te lui om de taal van de ander te leren.

Felix Rentzsch

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s